
De Engelse Bulldog
vindt zijn oorsprong in het begin van onze
jaartelling. De rassen waaruit hij is ontstaan waren
de Mastiff of Alaunt en de mysterieuze Talbot. De
Mastiff is een tegenwoordig bekende Molosser, maar
over de Talbot is alleen bekend dat het een witte
hond was die bekend stond om zijn grote hoofd, korte
schedel met een krachtige voorhand en een onbevreesd
karakter, en die zijn "prooi" niet meer losliet
totdat hij de overwinnaar was.
In die tijd was het huidige ras niet bekend onder de
naam Engelse Bulldog. Pas rond 1576 werd er
geschreven over de zogenaamde Bandogge en omstreeks
1630 werd er melding gemaakt van de Bulldoggen als
ras dat het meest geschikt was voor het zogeheten
Bullbaiting.
Volgens een oude kroniek is Bullbaiting ontstaan
toen graaf William Warren, in 1209 twee stieren zag
vechten om een koe, totdat de hond van een
plaatselijke slager zich hier inmengde en een stier
aanviel. De stier raakte in paniek en vluchtten het
dorp in, met in zijn kielzog de hond die maar bleef
aanvallen. De graaf was zo enthousiast over dit
schouwspel dat hij de slagers opdracht gaf af en toe
een wilde stier beschikbaar te stellen teneinde deze
vorm van "sport" voort te zetten. Een bijkomende
gedachte was, dat het vlees van een stier die
gestorven was in een gevecht malser en smakelijker
zou zijn.
Niet alleen stieren werden gebruikt voor het
vechten, maar ook beren, apen, leeuwen, dassen en
ratten waren zijn tegenstanders, evenals
soortgenoten. Het belangrijkste was echter veruit
het Bullbaiting, vandaar ook de specifieke bouw die
daarvoor benodigd was en die nu nog terug te vinden
is in de raskenmerken van de Engelse Bulldog: Laag
van bouw, met als doel dat de stier met neerwaarts
gebogen hoofd over de hond zou stoten, die daardoor
minder kans liep om gewond te raken. Zwaarder in de
voorhand dan in de achterhand, zodat wanneer hij de
stier had vastgebeten, het zwaartepunt het dichts
bij de kop zou zitten, waardoor de hond door de
middelpuntvliedende kracht minder snel los te
schudden was. Breed in de front, waardoor er een
grote mate van stabiliteit werd verkregen. Ruime
huid met veel plooien, zodat beschadiging van
inwendige organen tot een minimum werd beperkt bij
aanraking van de horens van de stier. De achterbenen
wat langer dan de verkorte voorbenen; hierdoor wordt
de sprongcapaciteit vergroot; Lay-back (sterk terug
liggende neus), zodat de hond vrij kon ademhalen
terwijl hij de stier vast had in het zachte vlees;
Turn-up (opgebogen onderkaak), die als functie had
een steviger beet in de stier te verkrijgen, zodat
afschudden de wond aan de stier alleen maar groter
maakte, waardoor de stier uiteindelijk zou sterven
aan het grote bloedverlies;
Grote moed, vastberadenheid en een hoge pijngrens,
karaktereigenschappen die waarschijnlijk ontleed
zijn aan de Talbot en noodzakelijk waren om het
gevecht met de stier aan te kunnen gaan, alhoewel
ook wel eens de hond het onderspit moest delven.
Alle bovengenoemde typische raskenmerken zijn alleen
kenmerken die nodig waren voor het zogenaamde
Bullbaiting. Deze wrede sport werd in 1835 in
Engeland verboden. De Engelse Bulldog werd hierdoor
met uitsterven bedreigd. Enkele liefhebbers van het
ras hebben het behouden door te selecteren op
zachtaardige honden indien nodig, een moedig
karakter toonden. Enkele bekende en vaak afgebeelde
Bulldoggen uit die tijd waren Crib en Rosa (1817),
Lucy (1834), Ch. British Monarch (1884-1892) en Ch.
Pugilist (rond 1900). Crib en Rosa worden ook wel
gezien als de vader en moeder van de huidige Engelse
Bulldog.
Of de huidige Bulldog nog gebruikt zou kunnen worden
voor zijn oorspronkelijke werk is maar zeer de
vraag. De Bulldoggen van nu zijn zeer zachtaardig.
Zijn enigszins burgerlijke aard, zijn angstvallig
vasthouden aan gewoonten en zijn sentimenteel maar
bovenal trouw karakter maken hem tot een zeer
aanbevelenswaardige huisgenoot.
De Bulldog is een achondroplas. Hoofdzakelijk de
schedel is verkort, de pijpbeenderen in veelminder
mate. Daar de achondroplasie een recessief (bij
overerving alleen dan aan het licht tredend, als zij
niet door andere eigenschappen overheerst worden)
erfelijke afwijking is, blijken de Bulldoggen voor
deze eigenschap zuiver te zijn geworden.
De Bulldog is herhaaldelijk gebruikt om gewaardeerde
eigenschappen (bijvoorbeeld moed) in andere rassen
te brengen, onder andere bij de Franse Bulldog,
Boston Terrier, Boxer, Staffordshire Bull Terrier, Bullmastiff en de Argentijnse Dog.
De Bulldog is een typische tentoonstellingshond
geworden, een ras met typische uiterlijke kenmerken.
Bij het fokken dient met te voorkomen dat deze
uiterlijke kenmerken in het extreme worden
doorgefokt. De hond moet kracht blijven uitstralen.
In 1875 werd in Engeland de Bulldog Club Inc.
opgericht. Dit was de eerste vereniging voor Engelse
Bulldogen in de wereld.